Bijlage Q9 RPBO: bij het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO)
De directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met: De DIRECTEUR is verantwoordelijk voor de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden. Afhankelijk van de aard en de grootte van de instelling is voor de directeur één van de maximumschalen 13 tot en met 16 van toepassing, een en ander als aangegeven in de artikelen I-Q1003 tot en met I-Q1007. De PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR verricht de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij diens afwezigheid. Afhankelijk van aard en grootte van de instelling is voor de plaatsvervangend directeur één van de maximumschalen 12 tot en met 15 van toepassing, een en ander als aangegeven in de artikelen I-Q1003 tot en met I-Q1007. De ADJUNCT-DIRECTEUR verricht de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij afwezigheid van de directeur en de plaatsvervangend directeur. Afhankelijk van aard en grootte van de instelling is voor de adjunct-directeur één van de maximumschalen 12 tot en met 14 van toepassing, een en ander als aangegeven in de artikelen I-Q1003 tot en met I-Q1007.
- a. het geven van leiding aan de instelling;
- b. het mede zorgdragen voor de voorbereiding en uitvoering van het te voeren beleid van de instelling;
- c. het mede verrichten van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van het bevoegd gezag en het voorbereiden van de bestuursvergaderingen indien dit door het bevoegd gezag wordt opgedragen;
- d. het onderhouden van interne en externe contacten met betrekking tot de vorengenoemde taken;
- e. al hetgeen overigens binnen een normale directietaak past.