Bijlage Q7 RPBO: bij het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO)
De centrale directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met: De VOORZITTER en LEDEN van de centrale directie zijn verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden. Afhankelijk van P is voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 13 tot en met 15 van toepassing, een en ander als aangegeven in artikel I-Q804. Indien het bevoegd gezag aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van P voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 14 tot en met 16 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q804. Afhankelijk van P is voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 12 tot en met 14 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q804. Indien het bevoegd gezag aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van P voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 13 tot en met 15 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q804.
- a. het geven van leiding aan de instelling;
- b. het zorgdragen voor de voorbereiding en de uitvoering van het onderwijskundig en schoolorganisatorisch beleid;
- c. het zorgdragen voor de voorbereiding en de uitvoering van het beleid van de instelling binnen het landbouwkennissysteem;
- d. het voorbereiden en uitvoeren van het financieel en personeelsbeleid;
- e. het voorbereiden van vergaderingen van het bevoegd gezag;
- f. het onderhouden van interne en externe contacten;
- g. al hetgeen overigens binnen een normale directietaak is te begrijpen.