Bijlage Q6 RPBO: bij het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO)
De centrale directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met: De VOORZITTER en LEDEN van de centrale directie zijn verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden. Afhankelijk van de omzet is voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 11 en 12 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q704. Indien aan een instelling het bevoegd gezag de aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van de omzet voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 12 en 13 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q704. Afhankelijk van de omzet is voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 10 en 11 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q704. Indien aan een instelling het bevoegd gezag de aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van de omzet voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 11 en 12 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q704.
- a. het geven van leiding aan de instelling;
- b. het zorgdragen voor de voorbereiding en de uitvoering van het onderwijskundig en schoolorganisatorisch beleid;
- c. het voorbereiden en uitvoeren van het financieel en personeelsbeleid;
- d. het voorbereiden van vergaderingen van het bevoegd gezag;
- e. het onderhouden van interne en externe contacten;
- f. al hetgeen overigens binnen een normale directietaak past;
- g. voor zover het betreft een lid van de centrale directie: het in voorkomende gevallen verrichten van de taken van de leraar vormingswerk als bedoeld in bijlage R6, met dien verstande dat in hoofdzaak de taken die behoren bij de functie van lid van de centrale directie dienen te worden verricht.