Bijlage Q5 RPBO: bij het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO)
De directie van een landelijk orgaan is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met: De DIRECTEUR is verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden. Afhankelijk van het aantal leerovereenkomsten is voor de directeur bij een landelijk orgaan één van de maximumschalen 11, 12, 13, 14 of 15 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q604. De ADJUNCT-DIRECTEUR verricht de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij afwezigheid van de directeur. Afhankelijk van het aantal leerovereenkomsten is voor de adjunct-directeur bij een landelijk orgaan één van de maximumschalen 10, 11, 12, 13 of 14 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikelen I-Q604.
- a. het geven van leiding aan de instelling;
- b. het mede zorgdragen voor de voorbereiding en uitvoering van het te voeren beleid van de instelling;
- c. het mede verrichten van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van het bevoegd gezag en het voorbereiden van de bestuursvergaderingen indien dit door het bevoegd gezag wordt opgedragen;
- d. het onderhouden van interne en externe contacten met betrekking tot de vorengenoemde taken;
- e. al hetgeen overigens binnen een normale directietaak past.