Bijlage Q2 RPBO: bij het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO)
De directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met: De DIRECTEUR: Afhankelijk van Q van de instelling is voor de directeur één van de maximumschalen 11 of 12 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q304. De ADJUNCT-DIRECTEUR is in eerste instantie belast met de werkzaamheden voortvloeiende uit zijn leraarsfunctie. Verricht daarnaast de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij diens afwezigheid. Afhankelijk van Q van de instelling is voor de adjunct-directeur één van de maximumschalen 10 of 11 van toepassing, als is aangegeven in artikel I-Q305.
- a. het geven van leiding aan de instelling;
- b. het mede zorgdragen voor voorbereiding en uitvoering van het onderwijskundig, schoolorganisatorisch en huishoudelijk beleid in de instelling;
- c. het mede voorbereiden en uitvoeren van het personeelsbeleid van de instelling;
- d. het mede voorbereiden en uitvoeren van het financiële beleid aan de instelling;
- e. het onderhouden van interne en externe contacten met betrekking tot de vorengenoemde taken;
- f. het geven van onderwijs en het verrichten van de daaruit rechtstreeks voortvloeiende werkzaamheden als omschreven in de in bijlage R2 opgenomen taakkarakteristiek voor de normfunctie leraar speciaal en voortgezet onderwijs, voor zover de belanghebbende niet geheel is vrijgesteld van het geven van onderwijs;
- g. al hetgeen overigens binnen een normale directietaak past.
- - leidt de commissie van onderzoek, bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 161 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- - is verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.