Bijlage Q10 RPBO: bij het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO)
De directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met: De DIRECTEUR is verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden. Afhankelijk van aard en omvang van de instelling is één van de maximumschalen 11, 12, 14 of 16 van toepassing, een en ander als aangegeven in de artikelen I-Q1104, I-Q1105, I-Q1107 en I-Q1108. De PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR CIBB verricht de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij diens afwezigheid. Voor de plaatsvervangend directeur CIBB is maximumschaal 15 van toepassing, als is aangegeven in artikel I-Q1109. De ADJUNCT-DIRECTEUR verricht de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij afwezigheid van de directeur en de eventuele plaatsvervangend directeur. Afhankelijk van aard en omvang van de instelling is voor de adjunct-directeur één van de maximumschalen 11 of 14 van toepassing, een en ander als is aangegeven in de artikelen I-Q1106 en I-Q1110.
- a. het geven van leiding aan de instelling;
- b. het mede zorgdragen voor de voorbereiding en uitvoering van het te voeren beleid van de instelling;
- c. het verrichten van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van het bevoegd gezag en het voeren van het bestuurssecretariaat indien dit door het bevoegd gezag wordt opgedragen;
- d. het onderhouden van interne en externe contacten met betrekking tot de vorengenoemde taken;
- e. al hetgeen overigens binnen een normale directietaak past.