Bijlage Q1 RPBO: bij het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO)
De directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met: De DIRECTEUR is verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden. Afhankelijk van y van de instelling is voor de directeur één van de maximumschalen 10 tot en met 12 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q204. De ADJUNCT-DIRECTEUR is in eerste instantie belast met de werkzaamheden voortvloeiende uit zijn leraarsfunctie. Verricht daarnaast de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij diens afwezigheid. Afhankelijk van y van de instelling is voor de adjunct-directeur één van de maximumschalen 9 tot en met 11 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q206.
- a. het geven van leiding aan de instelling;
- b. het mede zorgdragen voor voorbereiding en uitvoering van het onderwijskundig, schoolorganisatorisch en huishoudelijk beleid in de instelling;
- c. het mede voorbereiden en uitvoeren van het personeelsbeleid aan de instelling;
- d. het mede voorbereiden en uitvoeren van het financiële beleid van de instelling;
- e. het onderhouden van interne en externe contacten met betrekking tot de vorengenoemde taken;
- f. het geven van onderwijs en het verrichten van de daaruit rechtstreeks voortvloeiende werkzaamheden als omschreven in de in bijlage R1 opgenomen taakkarakteristiek voor de normfunctie leraar basisonderwijs, voor zover de belanghebbende niet geheel is vrijgesteld van het geven van onderwijs;
- g. al hetgeen overigens binnen een normale directietaak past.