Art. II-D3 RPBO, Beëindiging dienstverband niet op verzoek

Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO)

1. Het bevoegd gezag beëindigt het dienstverband van de betrokkene op grond van:

a. opheffing van de instelling of de betrekking of zodanige verandering in de inrichting van het onderwijs of de dienst van de instelling dat zijn werkzaamheden overbodig zullen worden;

b. het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, onverminderd het bepaalde in artikel II-D5, vijfde lid, en artikel II-D6, derde lid;

c. het geraken in een toestand van ongeschiktheid ten gevolge van lichamelijke of psychische oorzaken, zulks met inachtneming van de bepalingen in artikel 20 van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, onverminderd het bepaalde in het vierde lid.

2. Het bevoegd gezag kan het dienstverband van de betrokkene beëindigen:

a. wanneer hij in ernstige mate onbekwaam of ongeschikt blijkt te zijn voor de beklede betrekking anders dan in de gevallen bedoeld in het eerste lid onder c;

b. bij wijze van disciplinaire straf of maatregel in de gevallen en op de wijze als omschreven in hoofdstuk II-C;

c. indien de betrokkene bij onherroepelijk geworden vonnis is veroordeeld tot vrijheidsstraf wegens misdrijf;

d. indien hij in verband met aanstelling of keuring opzettelijk onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt, zonder welke handelwijze niet tot benoeming of geschiktverklaring zou zijn overgegaan, tenzij meer dan 6 maanden zijn verstreken sinds de vaststelling van dit feit;

e. indien ten aanzien van de overurenbetrekking van de betrokkene als bedoeld in artikel I-A1, onder e10 is komen vast te staan dat in redelijkheid de overuren aan een andere betrokkene binnen een normbetrekking kunnen worden opgedragen;

f. op grond van andere met name genoemde en aan de betrokkene schriftelijk meegedeelde redenen van gewichtige aard.

3. Indien het dienstverband van de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2, e5 e10, e12, e14, e17 en e18, wordt beëindigd op grond van de gevallen genoemd in het tweede lid onder a en f, wordt de inspectie gehoord.