Art. I-Z1 RPBO, Toepassing titel I voor instellingen voor basis- en (voortgezet) speciaal onderwijs voor zover het betreft het onderwijsondersteunend personeel en voor instellingen die worden bekostigd volgens het lump sum-systeem
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO)
1. Voorzover voor de toepassing van de artikelen I-B2, tweede lid, I-C31, tweede lid, I-C35, tweede lid, I-F4, eerste en tweede lid, I-M4, derde lid en I-P17 alsmede artikel 16, tweede lid van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel een voorwaarde wordt gesteld die inhoudt: is deze voorwaarde niet van toepassing ten aanzien van de scholen, genoemd in artikel I-A1, onder d1 voorzover het betreft onderwijsondersteunend personeel en onder d2 voorzover het betreft onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in artikel I-S301 onder c, sub 2, en evenmin van toepassing ten aanzien van de instellingen, genoemd in artikel I-A1 , onder d4, d5, d6, d10, d13 tot en met d15, d17 en d18.
- toestemming, oordeel of goedkeuring van, dan wel
- mededeling aan Onze minister,
2. De voorwaarde in artikel I-C29, eerste lid, onder u, inhoudend dat de instemming van Onze minister is vereist, is niet van toepassing ten aanzien van de instellingen genoemd in artikel I-A1, onder d6.
3. Waar in de artikelen 15, eerste en tweede lid, 17, eerste lid, 18, eerste lid en 20, eerste lid van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs en onderzoekpersoneel, aan Onze minister een bevoegdheid is toegekend, bestaat die bevoegdheid niet ten aanzien van de instellingen, genoemd in artikel I-A1, onder d1 voorzover het betreft onderwijsondersteunend personeel en onder d2 voorzover het betreft onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in artikel I-S301 onder c, sub 2, en evenmin ten aanzien van de instellingen, genoemd in artikel I-A1, onder d4, d5, d6, d 10, d13 tot en met d15, d17 en d18.
4. Waar in de artikelen I-C29, eerste lid onder e, I-D3, derde lid, alsmede de artikelen 6, eerste lid, 39, eerste lid, en 43 van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel aan Onze minister een bevoegdheid is toegekend, wordt deze bevoegdheid, voor wat betreft de instellingen genoemd in artikel I-A1, onder d1 voorzover het betreft onderwijsondersteunend personeel en onder d2 voorzover het betreft onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in artikel I-S301 onder c, sub 2, alsmede voor wat betreft de instellingen, genoemd in artikel I-A1, onder d4, d5, d6, d10, d13 tot en met d15, d 17 en d18 toegekend aan het bevoegd gezag.
5. Ten aanzien van de instellingen, genoemd in artikel I-A1, onder d1 voorzover het betreft onderwijsondersteunend personeel en onder d2 voorzover het betreft onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in artikel I-S301 onder c, sub 2, alsmede ten aanzien van de instellingen, genoemd in artikel I-A1, onder d4, d 5, d6, d10, d13 tot en met d15, d17 en d18, is de bevoegdheid tot het verlenen van verlof, bedoeld in artikel I-C30, niet beperkt tot vier dagen per jaar.
6. In artikel I-C29, eerste lid onder 1, wordt voor de woorden "Onze minister" ten aanzien van de instellingen genoemd in artikel I-A1, onder d1 voorzover het betreft onderwijsondersteunend personeel en onder d2 voorzover het betreft onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in artikel I-S301 onder c, sub 2, alsmede ten aanzien van de instellingen, genoemd in artikel I-A1, onder d4, d5, d6, d10, d13 tot en met d15, d17 en d18 gelezen: het bevoegd gezag.