Art. 1 Regeling visserijlicentie
1. Deze regeling verstaat onder:
a. afnameprotocol, dat door de Scheepvaartinspectie of door een krachtens artikel 6, tweede lid, van de Schepenwet erkend onderzoekingsbureau is medeondertekend, of
b. een verklaring inzake het maximaal continue-vermogen;
welke onderdelen van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn verzegeld;
waar de verzegelingen zijn aangebracht en welke kenmerken zij hebben, en
waar en op welke wijze de stelbouten en breekbouten van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn geplaatst en ingesteld, en waarop door de Scheepvaartinspectie is verklaard dat de feitelijke toestand van de motor of hoofdmotoren overeenkomt met de in het overzicht opgenomen gegevens.
2. Voor de toepassing van deze regeling vindt aanlanden van vis plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft gekregen.