Art. 12 RWN, Verlening van het Nederlanderschap
Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN)
1. Indien de verzoeker geen geslachtsnaam of voornaam heeft of indien de juiste spelling daarvan niet vaststaat, zullen deze in overleg met hem worden vastgesteld bij het besluit waarbij het Nederlanderschap wordt verleend.
2. De naam van de verzoeker wordt zonodig in de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens overgebracht en kan, indien dit voor de inburgering van belang is, met toestemming van de verzoeker bij het besluit tot verlening van het Nederlanderschap worden gewijzigd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 24 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1697
- ABRvS 6 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ0712
- ABRvS 20 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2062
- ABRvS 11 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW1569
- ABRvS 23 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP5484
- ABRvS 2 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2817
- Rb. Noord-Nederland 26 november 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:6466
- Rb. Limburg 15 mei 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:4504
- Rb. Dordrecht 2 juli 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BN0377
- Rb. Den Haag 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18710
- Rb. Den Haag 18 juli 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:23581
- Hof 's-Gravenhage 20 mei 2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ2412
- Hof 's-Gravenhage 14 augustus 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8554