Bijlage I Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985
Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985
De minimale frequentie van het steekproefsgewijze onderzoek, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, is de volgende: De startfase gaat in met ingang van 24 februari 1988. Voorts gaat de startfase in na één of meer positieve bevindingen in de routinefase. De intensieve fase gaat in na één of meer positieve bevindingen per 1000 onderzochte monsters gedurende een periode van 6 maanden in de startfase en geldt uitsluitend voor de stof waarop de positieve bevinding betrekking heeft. De intensieve fase wordt uitgevoerd in het werkgebied van de kring van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees waarin het bedrijf is gelegen waarvan het dier afkomstig is dat een positieve bevinding heeft opgeleverd. De monsters die tijdens de intensieve fase worden genomen, dienen tevens voor het onderzoek op de stoffen waarvoor de startfase geldt. De routinefase gaat in wanneer gedurende één jaar bij het onderzoek bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Regeling uitvoer vers vlees 1985 geen positieve bevindingen zijn gedaan, met dien verstande dat de routinefase voor de onderscheiden groep dieren dan wel diersoort niet ingaat wanneer het onderzoek, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van het Onderzoekingsregulatief (Stcrt. 1957, 55) leidt tot afkeuring van het vlees overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van het Keuringsregulatief (Stcrt. 19768, 201).
- Runderen, jonger dan 2 jaar. Startfase: De monsterneming geschiedt bij 0,10% van het aantal geslachte dieren. Intensieve fase: De monsterneming geschiedt bij 0,15% van het aantal geslachte dieren. Routinefase: De monsterneming draagt in evenredigheid bij aan het landelijke totaal van 300 monsters per jaar.
- Runderen met een leeftijd van 2 jaar of ouder. Startfase: De monsterneming draagt in evenredigheid bij aan het landelijke totaal van 700 monsters per jaar. Intensieve fase: De monsterneming geschiedt bij 0,25% van het aantal geslachte dieren. Routinefase: De monsterneming draagt in evenredigheid bij aan het landelijke totaal van 300 monsters per jaar.
- Varkens, schapen, geiten en eenhoevige dieren. Startfase: De monsterneming draagt in evenredigheid bij aan het landelijke totaal van 700 monsters per jaar, verdeeld over de verschillende diersoorten. Intensieve fase: De monsterneming bij de diersoort, ter zake waarvan de intensieve fase van kracht is, draagt in evenredigheid bij aan het dubbele van het voor die diersoort geldende landelijke totaal van monsters per jaar in de routinefase echter met dien verstande dat de monsterneming bij ten minste 0,1% van het aantal geslachte dieren van de betrokken diersoort plaatsvindt. Routinefase: De monsterneming draagt in evenredigheid bij aan het landelijke totaal van 300 monsters per jaar, verdeeld over de verschillende diersoorten.