Art. 3 Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding

Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding

1. Zuigelingenvoeding moet

a. het gebruiksdoel in aanmerking genomen, deugdelijk van samenstelling zijn en in een deugdelijke toestand verkeren;

b. worden gepresenteerd in overeenstemming met haar aard en bestemming.

2. Zuigelingenvoeding mag niet bevatten

a. stoffen in een hoeveelheid, waarin deze schadelijk zijn of kunnen zijn voor de gezondheid;

b. zichtbare vreemde bestanddelen, vuil of andere verontreinigingen, tenzij hiervoor krachtens artikel 6 maximaal toelaatbare hoeveelheden zijn vastgesteld, in welk geval het betreffende maximum niet mag worden overschreden;

c. micro-organismen, zodanig naar soort en aantal, dat schade aan de gezondheid kan ontstaan.