Art. 9 Besluit Kernprogramma opleiding diploma Kraamverzorgster 1984, De inhoud van de opleiding

Besluit Kernprogramma opleiding diploma Kraamverzorgster 1984

De in artikel 8 genoemde lessen dienen gegeven te worden door de hieronder genoemde docenten met de daarachter vermelde diploma's en bevoegdheden:

anatomie en fysiologie: A-verpleegkundige met aantekening Kraamverpleging of specialisatie obstetrie/gynaecologie, bij voorkeur in het bezit van een diploma docent-verpleegkunde, HBO-V of arts;

verloskunde: verloskundige of arts;

kraamzorg: A-verpleegkundige met aantekening kraamverpleging en met aantekening maatschappelijke gezondheidszorg of een A-verpleegkundige met aantekening kraamverpleging of specialisatie obstetrie/gynaecologie en in het bezit van het diploma van de docentenopleiding of HBO-V met voldoende ervaring in de kraamverpleging;

kindergeneeskunde: arts met ervaring in de zorg voor de pasgeborene;

sociale kinderhygiëne: districtsverpleegkundige voor kinderhygiëne of kinderhygiënist;

maatschappelijke gezondheidszorg: arts (jeugdgezondheidszorg), A-verpleegkundige met aantekening maatschappelijke gezondheidszorg, HBO-V;

– theorie en bereiding van de voeding:

lerarenakte N XII of N XIX en pedagogisch getuigschrift; NLO Omgangskunde 2e graads,

– theorie en praktijk van de wasbehandeling;

– theorie en praktijk van de woninghygiëne;

– organisatie huishouden;

– vormende vakken: omgangskunde en vrije expressie:

docenten in het bezit van het diploma:

sociale academie (culturele richting)

NLO Omgangskunde 2e graads

Akte N XX

KMO

Mikojel;

– gezondheidsvoorlichting:

verpleegkundige met aantekening maatschappelijke gezondheidszorg, HBO-V of GVO,

docent sociale gezondheidskunde;

– geestelijke en maatschappelijke stromingen:

ter bereiding door de inrichting op niveau van 2e of 3e graads lerarenbevoegdheid van de WVO.