Art. 1 Wet houdende vaststelling van minimumeisen voor het houden van legkippen

Wet houdende vaststelling van minimumeisen voor het houden van legkippen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw en Visserij;

b. legkip: de legrijpe hen van de soort Gallus Gallus die gehouden wordt ten behoeve van de produktie van consumptie-eieren;

c. kooi: ruimte bestemd voor het houden van een of meer legkippen;

d. kooi-oppervlakte: de oppervlakte van het door de wanden van de kooi of het denkbeeldig verlengde ervan begrensde horizontale vlak dat het vloer- of grondvlak in de kooi op het hoogste punt raakt;

e. voederbaklengte: de lengte van de voor een legkip in of vanuit de kooi toegankelijke zijde of zijden van de voederbak.