Art. 33 WUBO, Bijzondere voorzieningen
Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO)
1. In de ten laste van het burger-oorlogsslachtoffer blijvende kosten van voorzieningen verband houdende met zijn invaliditeit, welke het gevolg is van het letsel, bedoeld in artikel 2, welke voorzieningen strekken tot verbetering van diens levensomstandigheden, kan een tegemoetkoming worden verleend.
2. De tegemoetkoming heeft ten hoogste betrekking op de in het eerste lid bedoelde kosten in zover deze, met inachtneming van de totale financiële omstandigheden van het burger-oorlogsslachtoffer, als bijzondere kosten moeten worden aangemerkt.
3. De tegemoetkoming in de bijzondere kosten, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald met inachtneming van de financiële draagkracht van het burger-oorlogsslachtoffer.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gesteld met betrekking tot de bepaling van de financiële draagkracht van het burger-oorlogsslachtoffer alsmede zo nodig met betrekking tot de aard, de duur en de wijze van verstrekking van de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 16 januari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:92
- CRvB 21 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1449
- CRvB 27 augustus 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2903
- HR 2 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4698
- HR 2 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1372
- Hof Arnhem 4 december 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BC2776
- CRvB 12 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1113
- CRvB 4 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:25
- CRvB 24 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1571
- CRvB 22 oktober 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3682
- CRvB 29 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW0303
- CRvB 19 augustus 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN5923
- CRvB 15 maart 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA1029