Bijlage 3 BPR: optische tekens van schepen
Binnenvaartpolitiereglement (BPR)
1. De in deze bijlage opgenomen schetsen hebben slechts een verduidelijkend karakter. Men dient zich te houden aan de tekst van het reglement die uitsluitend rechtsgeldigheid bezit. 2. Gebruikte symbolen vast licht dat rondomschijnend is (een licht dat schijnt over een boog van de horizon van 360°) vast licht dat schijnt over een beperkte boog van de horizon Een voor de waarnemer niet zichtbaar licht is met een punt in het midden aangeduid. flikkerlicht facultatief licht vlag of bord (artikel 3.03) wimpel (artikel 3.03) bol (artikel 3.04) cilinder (artikel 3.04) kegel (artikel 3.04) ruit (artikel 3.04) radarreflektor Lichten Schets Dagtekens 1 Artikel 3.01a: Begripsbepalingen. Boog van de horizon waarover toplicht, boordlichten en heklicht schijnen. 2 Artikel 3.08, lid 1: Alleenvarend groot motorschip. 3 Artikel 3.08, lid 2: Alleenvarend groot motorschip dat een tweede toplicht voert. 4 Artikel 3.08, lid 3: Groot motorschip dat wordt geassisteerd. 4a Artikel 3.08, lid 4: Snel schip. Lichten Schets Dagtekens 5 Artikel 3.09, lid 1: Motorschip dat sleept of assisteert. 6 Artikel 3.09, lid 2: Motorschepen die, niet in kiellinie varend, slepen of assisteren. 7 Artikel 3.09, lid 3: Gesleept schip. Lichten Schets Dagtekens 8 Artikel 3.09, lid 3 onder a: Gesleept schip langer dan 110 m. 9 Artikel 3.09, lid 3 onder b: Lengte in een sleep bestaande uit meer dan twee langszijde van elkaar vastgemaakte schepen. 10 Artikel 3.09, lid 4: Laatste lengte van een sleep. Lichten Schets Dagtekens 11 Artikel 3.09, lid 4: Laatste lengte van een sleep bestaande uit meer dan twee langszijde van elkaar vastgemaakte schepen 12 Artikel 3.09, lid 5: Zeegaand schip dat wordt gesleept. 13 Artikel 3.10, lid 1: Duwstel 14 Artikel 3.10 lid 1 onder c: 2e: Duwstel waarbij op de schepen (aan de buitenzijden), die van achteren over de volle breedte zichtbaar zijn, heklichten worden gevoerd. Lichten Schets Dagtekens 15 Artikel 3.10, lid 2: Duwstel dat wordt geassisteerd. 16 Artikel 3.10, lid 3: Twee duw