Art. 6.16 BPR, Uitvaren en invaren van havens en nevenvaarwateren en het daarbij invaren of oversteken van een hoofdvaarwater
Binnenvaartpolitiereglement (BPR)
1. Een schip mag slechts een haven of een nevenvaarwater uitvaren en daarbij een hoofdvaarwater invaren of oversteken dan wel een haven of een nevenvaarwater invaren, nadat het zich er van heeft vergewist dat dit zonder gevaar kan geschieden.
2. Een groot schip mag bij het uitvaren van een haven of een nevenvaarwater en het daarbij invaren of oversteken van een hoofdvaarwater dan wel bij het invaren van een haven of een nevenvaarwater medewerking verlangen van een ander schip.
3. Een klein schip moet bij het uitvaren van een haven of een nevenvaarwater en het daarbij invaren of oversteken van een hoofdvaarwater dan wel bij het invaren van een haven of een nevenvaarwater voorrang verlenen aan een groot schip.
4. Een klein schip mag bij het uitvaren van een haven of een nevenvaarwater en het daarbij invaren of oversteken van een hoofdvaarwater dan wel bij het invaren van een haven of een nevenvaarwater medewerking verlangen van een klein schip.
5. In afwijking van het tweede, derde en vierde lid moet een schip dat een lateraal gemarkeerd hoofdvaarwater binnenvaart, anders dan vanuit een daarop uitmondend lateraal gemarkeerd nevenvaarwater, voorrang verlenen aan een schip dat in dat hoofdvaarwater langs de laterale markering de stuurboordszijde volgt.
6. Een groot schip dat tegen stroom varend een haven of nevenvaarwater wil invaren moet voorrang verlenen aan een groot schip dat voor stroom varend zonder op te draaien diezelfde haven of datzelfde nevenvaarwater in wil varen.
7. Een klein schip dat tegen stroom varend een haven of nevenvaarwater wil invaren moet voorrang verlenen aan een schip dat voor stroom varend zonder op te draaien diezelfde haven of datzelfde nevenvaarwater in wil varen.
8. In afwijking van het eerste tot en met zevende lid moet, ingeval langs een haven of een nevenvaarwater voor de uitmonding daarvan in het hoofdvaarwater een teken B.9 (bijlage 7) wordt getoond, een schip dat uit deze haven of dit nevenvaarwater komt voorrang verlenen aan een schip op het hoofdvaarwater.
9.
a. Een schip op een hoofdvaarwater mag een haven of een nevenvaarwater niet invaren, indien langs dit hoofdvaarwater voor de uitmonding van die haven of dat nevenvaarwater een of twee rode lichten overeenkomstig het teken A.1 (bijlage 7) in combinatie met een bijkomend teken F.2 onder b (bijlage 7) worden getoond.
b. Een schip mag een haven of een nevenvaarwater niet uitvaren, indien langs deze haven of dit nevenvaarwater voor de uitmonding daarvan in het hoofdvaarwater de onder a genoemde tekens worden getoond.
10.
a. Een schip op een hoofdvaarwater mag een haven of een nevenvaarwater invaren, indien langs dit hoofdvaarwater voor de uitmonding van die haven of dat nevenvaarwater een of twee groene lichten overeenkomstig het teken E.1 (bijlage 7) in combinatie met een bijkomend teken F.2 onder b (bijlage 7) worden getoond.
b. Een schip mag een haven of een nevenvaarwater uitvaren, indien langs deze haven of dit nevenvaarwater voor de uitmonding daarvan in het hoofdvaarwater de onder a genoemde tekens worden getoond.
11. Dit artikel is niet van toepassing op en ten aanzien van een veerpont.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 30 september 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:6864
- Rb. Amsterdam 25 september 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6690
- Rb. Rotterdam 28 augustus 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6994
- Rb. Rotterdam 7 augustus 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:6011
- Hof Den Haag 24 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1467
- Rb. Rotterdam 25 september 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:7253
- ABRvS 14 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3720
- Rb. Rotterdam 24 december 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:15666
- Rb. Rotterdam 12 juni 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5175
- Rb. Rotterdam 18 september 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:11285
- Rb. Rotterdam 2 februari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:725
- Rb. Rotterdam 1 december 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:11901
- Rb. Rotterdam 13 augustus 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7100
- Rb. Rotterdam 29 januari 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:1369
- Rb. Rotterdam 23 januari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2468
- Rb. Rotterdam 25 mei 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ6192
- Rb. Rotterdam 30 september 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9345
- Rb. Amsterdam 23 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ2092
- Conclusie A-G de Bock 22 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:368
- Hof Den Haag 30 augustus 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1835