Art. 6.10 BPR, Voorbijlopen; gedrag der schepen
Binnenvaartpolitiereglement (BPR)
1. In beginsel moet de oploper aan bakboord van de opgelopene voorbijlopen. Indien daartoe ruimte is, mag echter de oploper aan stuurboord van de opgelopene voorbijlopen.
2. Indien een groot zeilschip een ander groot zeilschip oploopt en indien een klein zeilschip een ander zeilschip oploopt, moet het, zo mogelijk, aan loef voorbijlopen.
3. Een groot schip dat door een groot zeilschip wordt opgelopen en een klein schip dat door een zeilschip wordt opgelopen moet, zo mogelijk, ertoe medewerken, dat dit aan loef kan voorbijlopen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 22 december 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:12847
- Rb. Rotterdam 18 augustus 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7248
- Rb. Rotterdam 18 december 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:10059
- Rb. Rotterdam 27 april 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ4766
- Rb. Midden-Nederland 18 december 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6851
- Hof Den Haag 30 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1042