Art. 15 Beschikking grondbankstelsel, Regelen met betrekking tot de uitgifte in geval van bedrijfsopvolging en uitoefening van het voorkeursrecht door de pachter
1. De bedrijfsoppervlakte dient na uitgifte ten minste te zijn:
a. 40 ha voor een akkerbouwbedrijf;
b. 25 ha voor elk ander bedrijf.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid dient de bedrijfsoppervlakte, indien de aanvrager de dertigjarige leeftijd nog niet heeft overschreden, na uitgifte ten minste te zijn:
a. 32 ha voor een akkerbouwbedrijf;
b. 20 ha voor elk ander bedrijf;
c. 17,5 ha voor een bedrijf, waarop de intensieve veehouderij wordt uitgeoefend en waarvan de bedrijfsomvang van de intensieve veehouderij ten minste 40 s.b.e. bedraagt.
3. Onder intensieve veehouderij als bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt verstaan het in daartoe bestemde bedrijfsgebouwen houden van:
- mestkalveren;
- stieren, daaronder begrepen ossen, voor de mesterij, jonger dan 24 maanden en niet zijnde mestkalveren;
- mestvarkens;
- fokvarkens;
- slachtkuikens;
- leghennen;
- kalkoenen.