Art. 6 Wet invoering m.d.g.o., Invoeringsregeling
Indien Onze minister van oordeel is, dat een andere afdeling dan gevraagd wordt, dan wel een andere plaats van vestiging meer in overeenstemming is met een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen, treedt hij, alvorens het invoeringsplan of het aanvullend plan, bedoeld in artikel 3, wordt vastgesteld, in overleg met de aanvrager. Het bepaalde in de vorige volzin is eveneens van toepassing, indien Onze minister voornemens is, de gevraagde afdeling niet in het invoeringsplan of het aanvullend plan op te nemen.