Art. 2 Regeling verwijdering dompelvloeistof bloembollen en – bloemknollen

Regeling verwijdering dompelvloeistof bloembollen en – bloemknollen

Dompelvloeistoffen of resten daarvan mogen slechts worden verwijderd bij wege van:

a. toevoeging aan reeds daarmee behandelde bloembollen of -knollen op zodanige wijze, dat de vloeistof volledig wordt opgenomen;

b. gebruik vanaf kort voor het planten tot kort na opkomst van bloembollen of -knollen ter bestrijding van schimmelziekten, voorzover en op de wijze waarop zulks ingevolge de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 is toegestaan.