Art. 47 Metroreglement, Bijzondere voorschriften voor rijtuigen

Metroreglement

1. Op rijtuigen zijn mede de bepalingen van de artikelen 43, eerste lid, onder a, 44, 45 met uitzondering van het negende lid, en 46, tweede en vierde lid, van toepassing.

2. De vastzetrem van rijtuigen is bedienbaar vanaf een goed toegankelijke plaats.

3. Rijtuigen zijn uitgerust met een doorgaand zelfwerkend remsysteem als bedoeld in artikel 52, eerste lid, alsmede van een op dat systeem aangesloten rem.