Art. 6 Invoerbesluit landen 1981

Invoerbesluit landen 1981

Bij de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden daaraan voor de houder de volgende voorschriften verbonden:

a. de vergunning moet bij de invoer van goederen, waarvoor zij is verleend, in handen worden gesteld van de daarbij betrokken ambtenaar van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane;

b. zodra vaststaat dat daarvan geen gebruik meer kan worden gemaakt moet de vergunning terstond teruggezonden worden aan degene, die haar heeft verleend;

c. aan degene, die de vergunning heeft verleend, moeten binnen de daartoe gestelde termijn alle gewenste inlichtingen worden verstrekt omtrent het daarvan gemaakte gebruik.