Art. 5 Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981, Bijdragen, verschuldigd ter zake van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet

Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981

1. Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het in werking brengen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b , van de wet, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van:

a. € 266 795, indien het betreft een inrichting voor de opwekking van elektrische of thermische energie, dan wel voor het chemisch opwerken van bestraalde splijtstoffen;

b. € 8 893, indien het een andere inrichting betreft.

2. Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het in werking houden van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b , van de wet, is verplicht, zolang de vergunning van kracht is, jaarlijks aan de staat een bedrag te betalen van:

a. € 686 386, indien het betreft een inrichting voor de opwekking van elektrische of thermische energie, dan wel voor het chemisch opwerken van bestraalde splijtstoffen;

b. € 20 592, indien het een andere inrichting betreft.

3. De verplichting, bedoeld in het tweede lid, vervalt indien de betrokken inrichting definitief buiten gebruik is gesteld.