Art. 2 Wet voogdij minderjarige Koning

Wet voogdij minderjarige Koning

1. De bepalingen van het gemene burgerlijk recht zijn op deze voogdij van toepassing, voor zover niet uit deze wet het tegendeel volgt.

2. Niet van toepassing zijn de bepalingen van de artikelen 326-335, 336a, 344-352, 353, tweede lid, 354-362, 365-368, 370, 371 en 374 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.