Art. 11 Wet voogdij minderjarige Koning

Wet voogdij minderjarige Koning

1. Zo spoedig mogelijk na aanvaarding der voogdij doet de voogd in tegenwoordigheid van drie leden van de Raad van Voogdij, daartoe door de Raad aangewezen, overgaan tot inventarisering van het vermogen van de minderjarige Koning.

2. Deze boedelbeschrijving wordt bij notariële akte opgemaakt.

3. De deugdelijkheid daarvan wordt niet onder ede bevestigd.