Art. 25 GWW, Wijziging of intrekking van vergunningvoorschriften; intrekking van de vergunning

Grondwaterwet (GWW)

1. Gedeputeerde staten trekken de vergunning in, indien de vergunninghouder schriftelijk verklaart daarvan geen gebruik te maken.

2. Gedeputeerde staten kunnen de vergunning intrekken indien:

a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

b. daarvan gedurende vier achtereenvolgende jaren geen gebruik is gemaakt;

c. aan het onttrokken water een andere bestemming wordt gegeven dan in de vergunning staat vermeld;

d. de aan de vergunning verbonden voorschriften niet in acht worden genomen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen