Art. 25 GWW, Wijziging of intrekking van vergunningvoorschriften; intrekking van de vergunning
1. Gedeputeerde staten trekken de vergunning in, indien de vergunninghouder schriftelijk verklaart daarvan geen gebruik te maken.
2. Gedeputeerde staten kunnen de vergunning intrekken indien:
a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b. daarvan gedurende vier achtereenvolgende jaren geen gebruik is gemaakt;
c. aan het onttrokken water een andere bestemming wordt gegeven dan in de vergunning staat vermeld;
d. de aan de vergunning verbonden voorschriften niet in acht worden genomen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 6 mei 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO8860
- ABRvS 9 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1471
- ABRvS 6 mei 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO8858
- ABRvS 2 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6726
- ABRvS 2 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6725
- ABRvS 2 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6724
- ABRvS 2 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6719
- ABRvS 2 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6718
- ABRvS 2 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6716
- ABRvS 2 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6715
- ABRvS 2 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6714
- ABRvS 2 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6712
- ABRvS 2 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6711
- ABRvS 2 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6710
- ABRvS 2 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6707