Art. 17 Uw BVBH, Rogatoire commissies door de Nederlandse rechter opgedragen

Uitvoeringswet Bewijsverdrag (Uw BVBH)

1. De rogatoire commissie moet de volgende gegevens bevatten:

a) de naam van de verzoekende autoriteit en, indien mogelijk, die van de aangezochte autoriteit;

b) de namen en adressen van de partijen en, zonodig, van hun vertegenwoordigers;

c) de aard en het onderwerp van het geding alsmede een beknopte uiteenzetting van de feiten;

d) de onderzoekshandeling of andere gerechtelijke handeling die moet worden verricht.

2. Voor zover nodig vermeldt de rogatoire commissie bovendien:

a) de namen en adressen van de te horen personen;

b) de vragen welke aan de te horen personen moeten worden gesteld, dan wel de feiten waarover zij moeten worden gehoord;

c) de stukken of andere voorwerpen welke moeten worden onderzocht;

d) of de verklaring onder ede of onder belofte moet worden afgenomen en eventueel de formule welke daarbij moet worden gebruikt;

e) de bijzondere vorm waarvan de toepassing wordt verlangd overeenkomstig artikel 9 van het verdrag.

3. De rogatoire commissie vermeldt tevens zonodig de inlichtingen welke nodig zijn voor de toepassing van artikel 11 van het verdrag.