Art. 19 In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980
In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980
1. Onze Minister stelt het model vast van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde vergunningen.
2. Bij de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2 of 3 worden daaraan voor de houder de volgende voorschriften verbonden:
a. zodra vaststaat dat daarvan geen gebruik meer kan worden gemaakt, moet de vergunning terstond teruggezonden worden aan degene die haar heeft verleend;
b. aan degene, die de vergunning heeft verleend, moeten binnen de daartoe gestelde termijn alle gewenste inlichtingen worden verstrekt omtrent het daarvan gemaakte gebruik.