Art. 2 Wtg, Algemeen
Wet tarieven gezondheidszorg (Wtg)
1. Het is een orgaan voor gezondheidszorg verboden een tarief in rekening te brengen:
a. voor een prestatie waarvoor geen prestatiebeschrijving overeenkomstig deze wet is vastgesteld;
b. voor een prestatie waarvoor een andere prestatiebeschrijving wordt gehanteerd dan overeenkomstig deze wet is vastgesteld;
c. dat niet overeenkomt met het tarief dat voor de betrokken prestatie overeenkomstig deze wet is goedgekeurd of vastgesteld;
d. dat niet ligt binnen de tariefruimte die op grond van artikel 6a of 8a voor de betrokken prestatie is goedgekeurd onderscheidenlijk is vastgesteld;
e. anders dan op de wijze die overeenkomstig deze wet is goedgekeurd of vastgesteld.
2. Het is een orgaan voor gezondheidszorg verboden een tarief, bedoeld in het eerste lid, te betalen aan een ander orgaan voor gezondheidszorg of aan een derde te vergoeden.
3. Het is een ziektekostenverzekeraar verboden een tarief, bedoeld in het eerste lid, te betalen of aan een derde te vergoeden.
4. Een orgaan voor gezondheidszorg en een ziektekostenverzekeraar kunnen aan het aanbieden, overeenkomen of leveren van een prestatie, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, dan wel aan het in rekening brengen, betalen of aan een derde vergoeden van een tarief, bedoeld in het eerste lid, geen rechten ontlenen.
5. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing op een tarief voor een deel van een prestatie of een geheel van prestaties.
6. Het derde tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verzekeraar als bedoeld in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, voor zover niet begrepen onder artikel 1, eerste lid, onder e, sub 2, van deze wet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1555
- HR 12 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2627
- Conclusie A-G Wortel 31 augustus 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO6453
- Conclusie A-G Bakels 11 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1555
- Rb. Utrecht 24 mei 2002, ECLI:NL:RBUTR:2002:AE3517
- Rb. Roermond 6 december 1999, ECLI:NL:RBROE:1999:AA4857
- Rb. Arnhem 14 oktober 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AU4312
- Conclusie A-G Aben 12 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO2627
- Conclusie A-G Keus 1 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ9872
- Conclusie A-G Spier 10 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9317
- Conclusie A-G Hartkamp 12 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8443
- Conclusie A-G Spier 12 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2738
- Conclusie A-G Mok 3 december 1999, ECLI:NL:PHR:1999:AA3820
- HR 12 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2738
- Hof 's-Hertogenbosch 14 oktober 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BG1430
- CBb 10 oktober 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AF0419
- CBb 21 december 1999, ECLI:NL:CBB:1999:AE7850