Art. 5 Instelling coördinatiegroep en projectgroepen volwassenen-educatie

Instelling coördinatiegroep en projectgroepen volwassenen-educatie

1. a. Een projectgroep bestaat uit ten minste 6 en ten hoogste 13 leden;

a. de voorzitters en de overige leden van de projectgroepen worden door de Ministers benoemd en ontslagen. Benoeming geschiedt in eerste instantie voor een periode van 3 jaar. De voorzitter is onafhankelijk van enig plaatselijk of regionaal project of ondersteuningsorganisatie;

b. tot de overige leden kunnen worden benoemd:

1. vertegenwoordigers van plaatselijke of regionale projecten;

2. onafhankelijke personen;

c. bij vervulling van vacatures geschiedt de benoeming de desbetreffende projectgroep gehoord door tussenkomst van de voorzitter;

d. de interdepartementale coördinator van een project zal als waarnemer namens de Ministers in de desbetreffende projectgroep worden aangewezen.

2. a. De coördinatiegroep bestaat uit ten minste 6 en ten hoogste 13 leden;

a. de voorzitter en de overige leden van de coördinatiegroep worden door de Ministers benoemd en ontslagen. Benoeming geschiedt in eerste instantie voor een periode van 3 jaar. De voorzitter is onafhankelijk van enig plaatselijk of regionaal project, projectgroep of ondersteuningsorganisatie;

b. tot de overige leden kunnen worden benoemd:

1. de voorzitters van de landelijke projectgroepen;

2. andere leden van de projectgroepen;

3. leden afkomstig uit de kringen van de landelijke ondersteuningsorganisaties;

4. overige praktijkdeskundigen.

c. bij vervulling van vacatures geschiedt de benoeming de coördinatiegroep gehoord door tussenkomst van de voorzitter;

d. door de Ministers worden waarnemers van de departementen van Onderwijs en Wetenschappen, van Cultuur. Recreatie en Maatschappelijk Werk en van Sociale Zaken in de coördinatiegroep aangewezen.