Bijlage I Regeling geur- en smaakstoffen
Regeling geur- en smaakstoffen
max. toelaatbare concentratie in het eindprodukt in mg/kg agaricinezuur – in alcoholische dranken 100 – in overige levensmiddelen 0,5 ß-asaron – in alcoholische dranken 5 – in overige levensmiddelen 0.1 blauwzuur (vrij en gebonden) – in marsepein 10 – in conserven en sappen van pitvruchten 5 – in alcoholische dranken 1 per vol. % ethanol – in overige levensmiddelen 1 cumarine – in alcoholische dranken 10 – in overige levensmiddelen 2 hypericine – in alcoholische dranken 2 – in overige levensmiddelen 0,1 kinine – in niet-alcoholische dranken 85 – in alcoholische dranken 300 – in overige levensmiddelen 1 pulegon – in dranken met muntsmaak 50 – in suikerwerk met muntsmaak 300 – in overige levensmiddelen 1 quassine – in alcoholische dranken 50 – in overige levensmiddelen 2 safrol – in alcoholische dranken met een alcoholgehalte van meer dan 25 vol. % 5 – in overige levensmiddelen 1 thujon – in alcoholische dranken 5 – in overige levensmiddelen 0,5 2,4-dimethylacetofenon 5 fenylethylcarbinol 3 2-methoxy-3-isopropylpyrazine 3 methyldihydrojasmonaat 1 benzo(a)pyreea 0,00003 (als gevolg van het gebruik van aroma)