Art. 16a.5 Wm, De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
1. De exploitant van een broeikasgasinstallatie wijzigt het elektriciteitsmonitoringsplan zo spoedig mogelijk, indien:
a. de regels gesteld bij of krachtens hoofdstuk 16a daartoe aanleiding geven;
b. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.
2. De exploitant van een broeikasgasinstallatie legt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de meest actuele versie van het elektriciteitsmonitoringsplan over.