Bijlage I BHW: bij het Besluit huurprijzen woonruimte:
Besluit huurprijzen woonruimte (BHW)
1. Oppervlakte van vertrekken Oppervlakte van vertrekken 1 punt per m2 2. Oppervlakte van overige ruimten Oppervlakte privé overige ruimte(n), niet zijnde verkeersruimten (o.a. berging, zolder, garage) 0,75 punt per m2 3. Verkoeling en verwarming Vertrekken: Verwarming per vertrek 2 punten verwarming per overige ruimte en verkeersruimte 1 punt (maximaal 4 punten) Extra voorziening: Verkoelingsfunctie per vertrek (mits deze voorziening tevens een verwarmingsfunctie heeft) 1 punt (maximaal 2 punten bij meerdere vertrekken met verkoelingsfunctie) 4. Energieprestatie 4.1. Waardering op basis van energielabel, Energie-index EI of bouwjaar NTA 8800 energielabel (afgegeven na 1 januari 2021) of NEN 7120 energielabel (afgegeven voor 1 januari 2021) Energie-index (EI) Geen energielabel of energielabel/EI dat niet meer geldig is Eengezinswoning Meergezinswoning / Duplexwoning A++++ n.v.t. n.v.t. 62 58 A+++ n.v.t. n.v.t. 57 53 A++ EI < 0,6 n.v.t. 52 48 A+ 0,6 < EI ≤ 0,8 n.v.t. 47 43 A 0,8 < EI ≤ 1,2 2002 en later 41 37 B 1,2 < EI ≤ 1,4 2000 t/m 2001 34 30 C 1,4 < EI ≤ 1,8 1992 t/m 1999 22 15 D 1,8 < EI ≤ 2,1 1984 t/m 1991 14 11 E 2,1 < EI ≤ 2,4 1979 t/m 1983 –5 –5 F 2,4 < EI ≤ 2,7 1977 t/m 1978 –9 –9 G EI > 2,7 1976 of ouder –15 –15 4.2. Uitzondering minpunten voor monumenten Indien de woonruimte bestaat uit of deel uitmaakt van een rijksmonument, een provinciaal monument of een gemeentelijke monument als bedoeld in artikel 8a worden voor deze rubriek geen minpunten toegekend. Voor energielabel E, F en G en daaraan gelijkgestelde Energie-indexen en bouwjaren, geldt in afwijking van de bovenstaande tabellen in dat geval een toekenning van nul punten. 4.3 Energieprestatievergoeding In de gevallen waarin een energieprestatievergoeding als bedoeld in artikel 237 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is overeengekomen, wordt in afwijking van bovenstaande tabel het volgende aantal punten toegekend: Eengezinswoning Meergezinswoning/duplexwoning 32 28 4.4 Vervallen. 5. Keuken 5.1. Len
- – De vloer moet begaanbaar zijn.
- – De muren/wanden dienen uit «vast» materiaal te bestaan.
- – De ruimte dient over tenminste 80 procent van de lengte (de langste zijde) ten minste 1,50 m breed te zijn.
- – De ruimte dient een oppervlakte te hebben van minimaal 4 m2.
- – De ruimte dient over ten minste 50% van de oppervlakte of over een oppervlakte van 11
- – m2 een vrije hoogte te hebben van ten minste 2,10 m (gemeten vanaf de vloer tot het zichtbare plafond (onder het zichtbare plafond aanwezige balken blijven buiten de meting).
- – De ruimte dient te zijn voorzien van minimaal 0,5 m2 aan de buitenlucht grenzend transparant oppervlak (raam of deur).
- – De ruimte dient te beschikken over direct met de buitenlucht verbonden ventilatie.
- – Er moet ten minste één stopcontact en één lichtpunt aanwezig zijn.
- – De vloer moet begaanbaar zijn.
- – De ruimte dient een oppervlakte te hebben van minimaal 2 m2.
- – De ruimte voldoet niet aan de eisen voor een vertrek (zie vaste toelichting onder 1) of een verkeersruimte (o.a. gangen, hallen, overlopen), zijnde:
- ° een ruimte die dient voor het bereiken van een andere ruimte;
- ° geen ruimte om duurzaam in te verblijven
- – Alleen vertrekken komen in aanmerking voor een waardering door een verkoelingsfunctie. Er kan één punt worden behaald per vertrek, met een totaal maximum van twee punten.
- – Een verkoelingsvoorziening moet tevens kunnen verwarmen. Dit betekent dat een vertrek met verkoelingsvoorziening (die ook kan verwarmen) ook als verwarmd vertrek geldt en aanspraak kan maken op bijbehorende waardering.
- – Er moet een geldige NTA 8800 berekening (energielabel) beschikbaar zijn waarin de koelfunctie meegenomen is; een verouderd label waar de koeling nog niet was meegenomen is dus niet meer van toepassing.
- – Centrale koelsystemen zoals omkeerbare warmtepompen, passieve koeling door een bodemlus of een WKO systeem moeten voorzien zijn van vloerkoeling, lage temperatuur radiatoren of radiatorconvectoren.
- – Een ander onroerend aanhorig koelsysteem dan hierboven beschreven – zoals een vaste airco – moet een productgebonden energielabel hebben van minimaal A+ (bepaald volgens de Europese Ecodesign-richtlijn) en een minimaal vermogen kunnen leveren van 100 W/m2 bij een werkingstemperatuur tot 35 graden Celsius.
- – Eengezinswoning: een woning waarbij er geen andere woningen boven of onder de woning in kwestie bestaan. Hieronder vallen onder andere vrijstaande woningen, aaneen gebouwde woningen, zoals twee onder één kap gebouwde hele huizen en voorts rijtjeshuizen.
- – Meergezinswoningen of duplexwoningen zijn alle woningen die geen eengezinswoning zijn.
- – aan- en afvoer van water en ten minste één vast aansluitpunt voor koken op gas of elektriciteit;
- – een aanrechtblad met een aaneengesloten lengte van minimaal 1 m (lengte incl. spoelbak, incl. kookplaat);
- – twee inbouwkasten met een breedte van minimaal 50 cm; en
- – waterdichte afwerking boven het aanrechtblad en in de kookhoek vanaf de vloer tot een hoogte van minimaal 1,50 m.
- 1. De lange zijde van het langere aanrechtdeel te meten (zie horizontale blauwe lijn).
- 2. Vervolgens die lengte te salderen met de lange zijde van het kortere aanrechtdeel (zie verticale blauwe lijn).
- – een waterdichte vloerafwerking;
- – over ten minste 50% van de oppervlakte een vrije hoogte van 2,00 m. (gemeten vanaf de vloer tot het zichtbare plafond);
- – een waterdichte afwerking tot 1,50 m hoogte voor badruimte en 1,80 m voor doucheruimte;
- – een wastafel inclusief (tweehands-)mengkraan en een spiegel; en
- – een douche of bad met aansluitpunten voor warm en koud water en voorzien van een warm- en koudwaterkraan of een mengkraan.
- – maatwerkvoorzieningen: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie of beschermd wonen en opvang; of
- – woningaanpassingen: een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte, als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; of
- – gesubsidieerde voorzieningen of ingrepen op grond van een andere wettelijke regeling.
- – De ingreep moet hebben plaatsgevonden op of ná 01-04-1994.
- – De ingreep moet voor een deel zijn gesubsidieerd (en niet volledig.
- – De ingreep dient voor een gehandicapte te zijn aangebracht.
- – voorzien van een beloopbare afwerking, zoals vlonders, tegels e.d.;
- – rondom voorzien van een afscheiding die tevens dient als valbeveiliging; en
- – via een deur of schuifpui toegankelijk.
- 1. Bepaal of het een vertrek of een overige ruimte is en bereken de oppervlaktepunten:
- – Gemeenschappelijke vertrekken worden met één punt per m2 gewaardeerd.
- – Gemeenschappelijke overige ruimten worden met driekwart punt per m2 gewaardeerd.
- 2. Bepaal de punten voor verkoeling en verwarming conform rubriek 3;
- 3. Bepaal eventueel van toepassing zijnde extra punten conform rubriek 5, 6 en/of 7;
- 4. Saldeer de punten uit de hierboven genoemde stappen; en
- 5. Deel dit aantal punten door het aantal adressen dat toegang heeft tot de gemeenschappelijke binnenruimten.
- 1. Ruimte A voldoet aan de eisen van een vertrek en wordt gewaardeerd met 20 x 1 punt (oppervlakte) conform rubriek 1. Ruimte B voldoet aan de eisen van een overige ruimte en wordt gewaardeerd met 1,5 (2 x 0,75) punt conform rubriek 2.
- 2. Vertrek A is verwarmd middels een radiator en krijgt daarvoor 2 punten conform rubriek 3. De toiletruimte is onverwarmd en ontvangt daarvoor geen punten.
- 3. In vertrek A wordt voldaan aan de minimumeisen van een keuken conform rubriek 5. Voor deze rubriek wordt 10 punten toegekend (7 voor het aanrecht, en 3 voor de voorzieningen). De toiletruimte B krijgt 4,75 punt (3,75 voor het hangend toilet in een aparte toiletruimte en 1 voor de wastafel).
- 4. Saldering levert op: 20 + 1,5 + 2 + 10 + 4,75 = 38,25.
- 5. Delen door het aantal adressen levert op: 38,25 punten / 4 = 9.5625 per adres.
- 6. Afronden geschiedt op een kwart punt per adres op 9,50.
- – Een parkeerplek is een afgebakend vak en heeft een oppervlakte van minimaal 12 m2 waar een gangbare personenauto in zijn geheel op past.
- – Een laadpaal (rubriek 12) moet bestemd zijn voor het elektrisch opladen van een gemotoriseerd voertuig, niet zijnde een bromfiets, fiets met trapondersteuning of gehandicaptenvoertuig.
- 1. Bepaal tot welk type de parkeerplek(ken) horen.
- 2. Indien er sprake is van een laadpaal voor exclusief gebruik door de bewoners, geldt twee punten extra per parkeerplek met laadpaal.
- 3. Bij meerdere parkeerplekken worden de punten bij elkaar opgeteld.
- 4. Daarna wordt dit puntentotaal gedeeld door het aantal adressen dat gebruik kan maken van de parkeerplek(ken). Indien sprake is van een privé parkeerplek voor één adres, wordt gedeeld door 1.
- 1. Vijf parkeerplekken type II (zes punten) + elke een laadpaal (twee punten) en twee parkeerplekken type III (vier punten) = 5 x (6+2)+ 2 x 4 = 48 punten.
- 2. 48 / 10 adressen = 4,8 punten per adres.
- 3. Afronden geschiedt op een kwart punt per adres op 4,75 punten.
- a. de aanwezigheid van technische voorzieningen in het gebouw die het mogelijk maken dat een individuele persoonsalarmering verbinding kan maken met de noodalarmcentrale in zowel de woning als het complex waarvan de woning deel uitmaakt; en
- b. het gebruik van de tot het woongebouw of zijn binnendoor bereikbare onroerende aanhorigheden ten minste behorende gemeenschappelijke ruimten voor maaltijden of recreatie, en die voor dit gebruik zijn ingericht.
- - woonwagens van 9.1 meter zonder sanitair;
- - woonwagens van 11.1 meter zonder of met sanitair;
- - woonwagens van 13 meter zonder of met sanitair;
- - woonwagens van 15 meter zonder of met sanitair.
- - standplaatsen met een oppervlakte tot 145 m2 met berging en sanitair of alleen met berging;
- - standplaatsen met een oppervlakte van 145 tot 170 m2 met berging en sanitair of alleen met berging;
- - standplaatsen met een oppervlakte vanaf 170 m2 met berging en sanitair of alleen met berging.
- - standplaats met een oppervlakte, kleiner dan 145 m2: 6 punten
- - standplaats met een oppervlakte van 145 tot 170 m2: 10 punten
- - standplaats met een oppervlakte, groter dan 170 m2: 15 punten *bij standplaatsen met een oppervlakte, groter dan 200 ㎡, kunnen voor het aspect privé-buitenruimte ten hoogste 10 extra kwaliteitspunten worden toegekend.