Art. 6 HPW, Huurprijzen en overige betalingsverplichtingen
Huurprijzenwet woonruimte (HPW)
1. Elk in verband met het tot stand komen van huur en verhuur van woonruimte gemaakt beding, niet de huurprijs betreffende, waarbij ten behoeve van een der partijen enig niet redelijk voordeel wordt overeengekomen, is nietig.
2. Elk in verband met het tot stand komen van huur en verhuur van woonruimte gemaakt beding, waarbij door of tegenover een derde enig niet redelijk voordeel wordt overeengekomen, is nietig.
3. De huurcommissie brengt op verzoek van de huurder of de verhuurder of van beiden met redenen omkleed schriftelijk advies uit over de vraag of met een beding als in het eerste of tweede lid bedoeld enig niet redelijk voordeel is overeengekomen. Indien zij het overeengekomen voordeel niet redelijk acht, vermeldt zij in haar advies hetgeen zij met betrekking tot het onderwerp van het beding redelijk acht. De verzoeker en diens wederpartij ontvangen een afschrift van het advies.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 15 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6625
- Hof Den Haag 7 november 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3162
- Conclusie A-G Langemeijer 23 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:427
- Conclusie A-G Wissink 20 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1396
- Rb. Oost-Brabant 25 april 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:2005
- Conclusie A-G Huydecoper 6 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1767
- Conclusie A-G Huydecoper 1 februari 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BB5923
- Conclusie A-G Huydecoper 15 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6625
- Conclusie A-G Langemeijer 17 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5170
- HR 21 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5591