Art. 3 Commissie voor Contact en Overleg inzake het welzijnsbeleid t.b.v. ingezetenen van Surinaamse herkomst
1. De Commissie bestaat uit de volgende door de Minister te benoemen leden:
a. een voorzitter, die als ambtenaar in dienst is van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk;
b. ten hoogste twee leden op voordracht van de Joint, de Landelijke Organisatie voor Maatschappelijke Dienstverlening;
c. ten hoogste twee leden op voordracht van Gamma, de Landelijke Organisatie voor Sociaal-Cultureel Werk;
d. ten hoogste vier leden op voordracht van de Stichting Landelijke Federatie van Welzijnsstichtingen voor Surinamers;
e. een lid afkomstig van de Afdeling Welzijn Antillianen en Surinamers van het Ministerie;
f. een lid afkomstig van de Directie Sociaal-Cultureel Werk van het Ministerie;
g. een lid afkomstig van de Directie Maatschappelijke Dienstverlening van het Ministerie.
2. Voor de in het eerste lid onder b tot en met g genoemde leden kan de Minister plaatsvervangers benoemen met inachtneming van het aldaar bepaalde.
3. De Minister voegt aan de Commissie een ambtenaar van het Ministerie als secretaris toe.