Art. 5 Instelling Nationaal Sport Overleg

Instelling Nationaal Sport Overleg

De minister benoemd voorts tien plaatsvervangende leden, met dien verstande dat:

a. vijf plaatsvervangende leden worden benoemd op voordracht van de N.S.F.;

b. twee plaatsvervangende leden worden benoemd op voordracht van de V.N.G.;

c. één plaatsvervangend lid wordt benoemd op voordracht van het I.P.O. De wijze van vervangen wordt later geregeld bij Huishoudelijk Reglement.