Art. 1 Regeling inrichting rassenlijst bosbouwgewassen
Regeling inrichting rassenlijst bosbouwgewassen
Deze regeling verstaat onder:
Richtlijn 66/404/EEG van de Raad van de Europese Gemeen schappen van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (Pb E.G. no. L. 125) zoals deze is of zal worden gewijzigd;
rassenlijst bedoeld in het Besluit Aanbevelende Rassenlijst Bosbouwgewassen (Stb. 1971, 72);
Commissie voor de samenstelling van de Rassenlijst voor Bosbouwgewassen bedoeld in artikel 2 van het onder b genoemde besluit;
genetische eigenschappen die, als een geheel genomen, ten opzichte van de overeenkomstig bijlage II van de Richtlijn gekozen standaarden, in het algemeen of ten minste voor de teelt in het gebied waar deze standaarden worden gebruikt, een duidelijke verbetering voor de bosbouw betekenen;
aanplanting van uitgezochte klonen of nakomelingen, die afgeschermd is tegen bestuiving van buiten, dan wel is aangelegd om een dergelijke bestuiving te voorkomen of te beperken en die wordt geëxploiteerd ter verkrijging van veelvuldige, overvloedige en gemakkelijke oogsten;
voor generatief teeltmateriaal: opstanden en zaadtuinen;
voor vegetatief teeltmateriaal: klonen en mengsels van klonen, waarvan de samenstellende bestanddelen zijn aangegeven.