Bijlage I Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) 1977: methoden ter bepaling van het kleurtype, het conductometrisch vast te stellen asgehalte en de kleur van de oplossing, echter uitsluitend van de waren genoemd bij de onderscheidenlijke methoden.
Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) 1977
A. Bepaling van het kleurtype van de waren genoemd in het eerste lid van artikel 2 onder b en c, alsmede in het eerste lid van artikel 2bis onder b, dient te geschieden volgens de methode van het Instituut voor landbouwtechnologie en suikerindustrie te Brunswijk, bedoeld in de bijlage, hoofdstuk A, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1265/69 (Pb. EG L 163) van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 juli 1969 betreffende de methoden welke van toepassing zijn bij de bepaling van de kwaliteit voor suiker gekocht door de interventiebureaus. B. Bepaling van het conductometrisch vast te stellen asgehalte van de waren genoemd in het eerste lid van artikel 2 onder c, d, e en f, dient te geschieden volgens de methode van de International Commission for Uniform Methods of Sugar Analyses (ICUMSA), bedoeld in de bijlage, hoofdstuk A, lid 1, van vorengenoemde verordening. C. Bepaling van de kleur van de oplossing van de waren genoemd in het eerste lid van artikel 2 onder d, in het zesde lid van artikel 2, alsmede in het eerste lid van artikel 2bis onder c, dient te geschieden volgens de methode van de International Commission for Uniform Methods of Sugar Analyses (ICUMSA), bedoeld in de bijlage, hoofdstuk A, lid 3, van vorengenoemde verordening.