Art. 46 CW, De samenstelling en de inwendige dienst
1. De president oefent het toezicht uit op de werkzaamheden van de Algemene Rekenkamer en op de juiste toepassing van het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde en van het in het vorige artikel bedoelde reglement van orde.
2. De president brengt alle stukken, welke aan de Rekenkamer of aan hem in zijn hoedanigheid worden toegezonden, voor zover zij niet bij het reglement van orde zijn uitgezonderd, ter behandeling in de vergadering van het college.
3. De taken en bevoegdheden van de president worden bij diens afwezigheid of ontstentenis waargenomen door het aanwezige lid in gewone dienst, dat het oudste is naar rang van benoeming.