Art. 30 CW, Het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het privaatrechtelijke beheer
Het verrichten namens de Staat van een privaatrechtelijke rechtshandeling met een geldelijk belang geschiedt op een wijze die:
a. voor de Staat voldoende duidelijk de plichten en rechten van de betrokken partijen bewijsbaar vastlegt;
b. controleerbaar is;
c. in het maatschappelijk verkeer wordt geaccepteerd.