Art. 5 Rechtspositiebesluit WRR, Vakantie, vakantie-uitkering en verlof
1. Ten aanzien van de jaarlijkse vakantie en de vakantie-uitkering zijn de artikelen 24 tot en met 26, 29, 30, 30a, 30c en 31 tot en met 31c van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing.
2. Aan de ambtenaar kan door Onze Minister buitengewoon verlof worden verleend, al dan niet met behoud van gehele of gedeeltelijke bezoldiging en al dan niet onder bepaalde voorwaarden.