Art. 2:38 BW, Verenigingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 (BW2)
1. Behoudens het in het volgende artikel bepaalde, hebben alle leden die niet geschorst zijn, toegang tot de algemene vergadering en hebben daar ieder één stem; een geschorst lid heeft toegang tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld, en is bevoegd daarover het woord te voeren. De statuten kunnen aan bepaalde leden meer dan één stem toekennen.
2. Tenzij de statuten anders bepalen, treden de voorzitter en de secretaris van het bestuur of hun vervangers, als zodanig ook op bij de algemene vergadering.
3. De statuten kunnen bepalen dat personen die deel uitmaken van andere organen der vereniging en die geen lid zijn, in de algemene vergadering stemrecht kunnen uitoefenen. Het aantal der door hen gezamenlijk uitgebrachte stemmen zal echter niet meer mogen zijn dan de helft van het aantal der door de leden uitgebrachte stemmen.
4. Tenzij de statuten anders bepalen, kan iemand die krachtens lid 1 of lid 3 stemgerechtigd is, aan een andere stemgerechtigde schriftelijk volmacht verlenen tot het uitbrengen van zijn stem.
5. Aan de eis van schriftelijkheid van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is vastgelegd.
6. De statuten kunnen bepalen dat iemand die krachtens lid 1 of lid 3 stemgerechtigd is het stemrecht kan uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel.
7. Voor de toepassing van lid 6 is vereist dat de stemgerechtigde via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht kan uitoefenen. De statuten kunnen bepalen dat bovendien is vereist dat de stemgerechtigde via het elektronisch communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.
8. De statuten kunnen bepalen dat stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering via een elektronisch communicatiemiddel worden uitgebracht, doch niet eerder dan op de dertigste dag voor die van de vergadering, gelijk worden gesteld met stemmen die ten tijde van de vergadering worden uitgebracht.
9. Bij of krachtens de statuten kunnen voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Indien deze voorwaarden krachtens de statuten worden gesteld, worden deze bij de oproeping bekend gemaakt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 18 november 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:11150
- Rb. Oost-Brabant 24 augustus 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:4507
- Conclusie A-G Assink 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:925
- Rb. Rotterdam 12 november 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:11688
- Rb. Rotterdam 17 december 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:10780
- Rb. Rotterdam 12 november 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:9330
- Rb. Rotterdam 25 mei 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BR7087
- Rb. Midden-Nederland 17 mei 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:2712
- Rb. Limburg 18 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1540
- Rb. Gelderland 3 november 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:6395
- Rb. Den Haag 6 mei 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4043
- Rb. Amsterdam 21 juli 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3803
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 1 september 2023, ECLI:NL:PHR:2023:758
- Hof 's-Hertogenbosch 27 oktober 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3718
- Hof Arnhem-Leeuwarden 18 mei 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:4710