Art. 2:271 BW, De raad van commissarissen bij de grote besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Burgerlijk Wetboek Boek 2 (BW2)
1. Een commissaris treedt uiterlijk af, indien hij na zijn laatste benoeming vier jaren commissaris is geweest. De termijn kan bij de statuten worden verlengd tot de dag van de eerstvolgende algemene vergadering na afloop van de vier jaren of na de dag waarop dit artikel voor de rechtspersoon is gaan gelden.
2. De ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam kan op een desbetreffend verzoek een commissaris ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging der omstandigheden op grond waarvan handhaving als commissaris redelijkerwijze niet van de vennootschap kan worden verlangd. Het verzoek kan worden ingediend door de vennootschap, ten deze vertegenwoordigd door de raad van commissarissen, alsmede door een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene vergadering of van de ondernemingsraad, bedoeld in lid 11 van artikel 268. De leden 10 en 11 van artikel 268 zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een commissaris kan worden geschorst door de raad van commissarissen; de schorsing vervalt van rechtswege, indien de vennootschap niet binnen een maand na de aanvang der schorsing een verzoek als bedoeld in het vorige lid bij de ondernemingskamer heeft ingediend.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1104
- HR 18 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1705
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 13 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:38
- Conclusie A-G Timmerman 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1513
- Hof Amsterdam 11 december 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3290
- Conclusie A-G Timmerman 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:742
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 5 maart 2013, ECLI:NL:OGHACMB:2013:BZ4843
- Conclusie A-G Assink 29 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:398
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 25 januari 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:236
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 15 juli 2013, ECLI:NL:OGHACMB:2013:3
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 maart 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:1450
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 20 november 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:229
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 11 december 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:274
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 juni 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:106
- Hof 's-Hertogenbosch 29 maart 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1015
- Rb. Amsterdam 10 februari 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0302
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 3 april 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:40
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 maart 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:28
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 5 december 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:233
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 februari 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:20