Art. 2 Afgifte bewijzen van betrouwbaarheid en non-faillisement

Afgifte bewijzen van betrouwbaarheid en non-faillisement

De burgemeester wordt aangewezen als de instantie die bevoegd is tot afgifte van een bewijs van betrouwbaarheid als bedoeld in het eerste lid van artikel 3 van de Richtlijn. Als bewijs van betrouwbaarheid dient de verklaring omtrent het gedrag, die kan worden afgegeven overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële gegevens.