Art. 26 Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling
Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling
Onze Minister kan in bijzondere, individuele gevallen voorwaardelijk of onvoorwaardelijk en al of niet voor een bepaalde tijd van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, eerste en vierde lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 15, 18, 25 en 29 vrijstelling verlenen. De Pensioen- & Verzekeringskamer verstrekt Onze Minister desgevraagd de ter zake benodigde inlichtingen.