Art. 4 Rijkswet Vaarplicht

Rijkswet Vaarplicht

Behoudens hetgeen terzake van vrijstelling van de vaarplicht bij de wet of bij landsverordening wordt bepaald, zijn van de vaarplicht vrijgesteld:

1°. zij, die in werkelijke dienst zijn of zijn opgeroepen bij de krijgsmacht, zolang die werkelijke dienst duurt;

2°. zij, die in gevolge een overeenkomst met een andere mogendheid of met een volkenrechtelijke organisatie niet tot vaarplicht of andere verplichtingen van overeenkomstige aard gehouden zijn;

3°. zij, die een geestelijk ambt bekleden of tot zodanig ambt worden opgeleid.