Art. 2 Besluit op de uitheemse dieren
Besluit op de uitheemse dieren
1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de wet worden aangewezen:
a. de zoogdiersoorten, die in Nederland niet in het wild leven;
b. de vogelsoorten, die in Nederland niet in het wild leven en buiten de werking vallen van de Vogelwet 1936;
c. alle soorten reptielen, amfibieën en vissen die in Nederland niet in het wild leven.
2. Van de aanwijzing, bedoeld onder a en b van het voorgaande lid, zijn uitgezonderd honden, katten en soorten van dieren, welke in Nederland plegen te worden gehouden met het oog op een door het dier te leveren of daarvan afkomstig goed of in verband met de trekkracht van het dier.