Art. 19 Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart, Algemene bepalingen
Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart
1. Als Onze Minister van de hem bij deze rijkswet verleende bevoegdheden gebruik wenst te maken ten aanzien van Arubaanse, Curaçaose of Sint Maartense zeeschepen of van in Aruba, Curaçao of Sint Maarten thuisbehorende vissersvaartuigen, dan wel van Nederlandse schepen, die een geregelde vaart uitoefenen op Aruba, Curaçao of Sint Maarten doet hij dit na overleg met de betrokken Gevolmachtigde Minister. Onze Minister stelt de Gevolmachtigde Minister van de getroffen maatregel in kennis.
2. Als Onze Minister van de hem bij deze Rijkswet verleende bevoegdheden gebruik wenst te maken ten aanzien van Nederlandse vissersvaartuigen doet hij dit na overleg met Onze Minister van Landbouw en Visserij.